Vraag en antwoord
Alles wat je wilt weten over biobrandstof: biobrandstof is toch milieuvriendelijk? Wat zijn de alternatieven? Staat je vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.
1. Wat is biobrandstof
Biobrandstof wordt geproduceerd van biologisch materiaal, zoals planten, afval en in sommige gevallen dierlijk vet. Biobrandstof wordt gebruikt in de transportsector om benzine en diesel mee te vervangen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee soorten biobrandstof: ethanol en biodiesel. Ethanol wordt gemaakt van gewassen die suiker of zetmeel bevatten, zoals graan, maïs en suikerriet. Biodiesel komt uit de olie van koolzaad, palmen, jatropha en soja, en ook uit afvalmateriaal.
Een aantal jaar geleden kwamen biobrandstoffen op als het groene alternatief voor fossiele brandstoffen, die CO2 uitstoot zou verlagen en energiezekerheid zou vergroten. In 2010 besloot de Europese Unie tot de Richtlijn Hernieuwbare Energie, die het gebruik van biobrandstoffen en andere ‘hernieuwbare’ energiebronnen zou bevorderen. 10% van het energieverbruik in de transportsector zou in 2020 uit hernieuwbare bronnen moeten komen. Dit leidt tot een verdrievoudiging van de Europese biobrandstofconsumptie, vooral uit zogenaamde ‘eerste generatie biobrandstoffen’ op basis van voedsel en zaadoliën.
Inmiddels is bekend dat biobrandstoffen niet het duurzame alternatief zijn dat men ervan verwachtte, zowel vanuit milieu als sociaal oogpunt. Sterker nog, biobrandstoffen blijken vaak desastreuze gevolgen te hebben voor de toegang tot voedsel en land van arme mensen in ontwikkelingslanden. ActionAid is dan ook kritisch op de EU en Nederlandse richtlijn die massale productie en consumptie van biobrandstof promoot zonder rekening te houden met de gevolgen in ontwikkelingslanden.
2. Waarom draagt de productie van biobrandstof bij aan de voedselcrisis?
Voor de productie van biobrandstof wordt veelal gebruik gemaakt van voedselgewassen, zoals graan en maïs, waardoor zij direct concurreren met lokale voedselvoorziening. Ook vergt de productie van biobrandstoffen miljoenen hectares vruchtbare landbouwgrond, wat een belangrijke oorzaak is in de enorme toename van grote landinvesteringen. Er wordt geschat dat 40% van de grootschalige landaankoop in ontwikkelingslanden bestemd is voor biobrandstoffen. Tot 2020 kost deze vraag 13 tot 19 hectare aan land.
In veel gevallen is landroof een betere benaming omdat oorspronkelijke gebruikers van het land - en zeker vrouwen - niet of nauwelijks worden betrokken in de onderhandelingen. Zij raken hun land kwijt zonder daarvoor (adequaat) gecompenseerd te worden. Dit leidt tot meer honger en armoede, omdat een meerderheid van de rurale bevolking afhankelijk is van hun land voor het verbouwen van (eigen) voedsel of andere gewassen die een inkomen genereren. Daarnaast verslechtert veelal de toegang tot water en andere hulpbronnen. Waar banen en infrastructuur beloofd worden, blijkt dit in de praktijk vaak tegen te vallen.
Doordat de vraag naar biobrandstof toeneemt, stijgt bovendien de prijs van voedsel, waardoor met name de allerarmsten in ontwikkelingslanden hard worden geraakt. Met iedere procent dat de prijs van voedsel stijgt, zijn er volgens deskundigen 16 miljoen meer mensen in de wereld die honger lijden. Een voorzichtige schatting is dat door de Europese doelstelling de prijzen voor verschillende producten tot aan 2020 met 16-30% zullen stijgen. Met als gevolg: miljoenen meer mensen lijden honger. Deze gevaren zijn ook erkend door vrijwel alle internationale organisaties, zoals FAO, IFPRI en Wereldbank, die overheden oproepen “het huidige beleid dat biobrandstof productie en consumptie promoot middels subsidies en mandaten (richtlijnen) te stoppen”.
3. Is ActionAid tegen alle biobrandstof?
Nee, niet alle biobrandstof is ‘slecht'. Ten eerste zijn er mogelijkheden om afvalmateriaal of nieuwe technologieën te gebruiken die niet leiden tot landroof en honger (de zogenaamde tweedegeneratie). Daarnaast kan biobrandstof op kleine schaal duurzaam worden geproduceerd en bijdragen aan de lokale energievoorziening, inkomen en (rurale) ontwikkeling.
Ons voornaamste bezwaar richt zich tegen de richtlijn van de Europese Unie om vanaf 2020 10% van alle benzine en diesel te vervangen door hernieuwbare energie. ‘Hernieuwbare energie’ komt in dit geval namelijk neer op eerste generatie biobrandstoffen, die 88% van de richtlijn vervullen. Dit betekent een verdrievoudiging van de Europese vraag naar biobrandstoffen in 2020, waarvan zeker 60% geïmporteerd zal worden. Die hoeveelheid kan alleen op grote plantages (veelal in ontwikkelingslanden) geproduceerd worden. In de praktijk leidt dit vaak tot landroof, aantasting van biodiversiteit, verdringen van kleine boeren uit de markt en hogere voedselprijzen. De EU heeft geen adequate voorzorgsmaatregelen geïntroduceerd om dit te voorkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat de 10% richtlijn niet volledig duurzaam kan worden ingevuld, bijvoorbeeld door kleinschalige productie en tweedegeneratie biobrandstoffen uit afval.
4. Is Nederland hierbij betrokken?
Jazeker. Hoewel de EU richtlijn aanjager is, stelt zij niet dat de 10% met biobrandstoffen moeten worden ingevuld. Dit is een keuze van landen zelf. Nederland heeft er inderdaad voor gekozen zoveel mogelijk in te zetten op biobrandstoffen voor deze ‘bijmengverplichting’. Er wordt geclaimd dat dit vooralsnog vooral afvalproducten zoals frituurvet betreft, maar dit zal niet houdbaar blijken op de schaal waarop biobrandstoffen nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen. Er worden in Nederland dan ook wel degelijk zogenaamde eerste generatie biobrandstoffen verwerkt en gebruikt. Nederlandse bedrijven investeren – al dan niet met overheidssteun – volop in land en biobrandstoffen, zo ook in Afrika. Hier zitten natuurlijk ook positieve voorbeelden tussen. De schaal en het gebrek aan goede duurzaamheidcriteria baart echter grote zorgen. Dit ook gezien het grote economische belang dat inmiddels is ontstaan bij producenten en havens voor overslag en verwerking van biobrandstoffen.
Waar Nederland voorheen duurzaamheid en mensenrechten voorop stelde, bleek in maart 2012 dat het huidige kabinet en staatssecretaris Atsma dit achter zich wilde laten. Zij willen nu een versnelde ophoging van de bijmengverplichting voor biobrandstoffen, zonder extra voorzorgsmaatregelen om eerste generatie biobrandstoffen en mensenrechtenschendingen uit te bannen.
5. Wat gaat ActionAid hieraan doen/ Wat doet ActionAid hieraan?
ActionAid is actief bezig om de gevaren van biobrandstoffen op de kaart te zetten bij politiek, beleid en publiek. Met het laatste ActionAid rapport als wapenfeit vragen wij de Nederlandse regering en de Europese Unie om biobrandstoffen aan banden te leggen door de 10% richtlijn te herzien en in te zetten op alternatieven voor (eerste generatie) biobrandstoffen. Dit jaar (2012) biedt een unieke kans, omdat de EU zal moeten rapporteren over de gevolgen van haar energiebeleid in ontwikkelingslanden en indien nodig ‘corrigerende maatregelen’ moet treffen. ActionAid pleit ervoor dat dit rapport grondig in gaat op lokale gevolgen voor voedselzekerheid en toegang tot land, zoals onze collega’s in Afrika dagelijks onder ogen zien. Middels onderzoek, lobby, campagne en een petitie zet ActionAid zich hiervoor in, zowel in Nederland, Europa als in samenwerking met onze Afrikaanse collega’s in bijvoorbeeld Kenia en Tanzania.
6. Is tweede of derde generatie biobrandstof een oplossing?
Dat zou zeker kunnen, maar is een onwaarschijnlijke oplossing voor 2020. Tweede generatie biobrandstof wordt gehaald uit de cellulose in hout en stengels van planten of vervaardigt uit zowel plantaardig als dierlijk afval. Deze zullen echter niet in voldoende mate verkrijgbaar zijn voor 2020. Daarnaast blijkt ook deze in de praktijk niet zonder problemen, omdat ze alsnog kunnen concurreren met voedselgewassen en ander landgebruik of – in het geval van afvalproducten in de landbouw – met belangrijke voedingsstoffen voor de bodem. Gebruikt frituurvet is natuurlijk een mooi alternatief, maar slechts zeer beperkt beschikbaar – wat luchtvaartmaatschappijen die dit promoten soms lijken te vergeten. Algen en innovaties die als derde generatie beschouwd worden, kunnen een interessant alternatief zijn. Helaas is de techniek en economische haalbaarheid nog lang niet zover om aan de Europese vraag in 2020 te kunnen voldoen. (Inzetten op onderzoek en het ontwikkelen van deze alternatieven is dan ook zeker nuttig.)
7. Wat zijn andere alternatieven?
Biobrandstoffen in hun huidige vorm blijken niet alleen schadelijk voor veel mensen, maar ook voor het milieu. CO2 uitstoot wordt niet of nauwelijks beperkt, vooral door grootschalig landgebruik en verdringing van voedselproductie naar andere, vaak CO2 rijke gebieden. Daarnaast wordt biodiversiteit aangetast door grootschalige monoculturen.
8. Wat zou de overheid dan wel kunnen doen om klimaatverandering te voorkomen?
Milieuorganisaties en onderzoeksinstituten wijzen allereerst op het belang van consumptie vermindering, een weinig populair maar noodzakelijk streven. Daarnaast kan ingezet worden op duurzame alternatieven die al voorhanden zijn, zoals elektrisch vervoer uit zon- en windenergie, evenals het onderzoeken van de mogelijkheden van tweedegeneratie en andere innovatieve technologieën.